de holding/managementvennootschap en de dienstenovereenkomst


De holding/managementvennootschap en de dienstenovereenkomst

FOD-Financiën (Federale Overheidsdienst Financiën) heeft al langere tijd oog voor de holdings en managementvennootschappen. Ze toetst deze aan een criterium dat omschreven wordt “als het gebruik van een vennootschapsstructuur met het oog op een fiscale optimalisatie ten bate van haar bedrijfsleider(s), van haar directe omgeving of van de groep”.

Er is een wezenlijk verschil tussen een passieve holding die meestal enkel aandelen en geldmiddelen aanhoudt en beheert en een actieve holding die tevens als managementvennootschap fungeert, verder genoemd de “holding/managementvennootschap”.

Ook wordt aandacht besteed aan de dienstenovereenkomst die afgesloten wordt tussen de apotheekvennootschap en haar holding/managementvennootschap.

Deze dienstenovereenkomst is meestal de zwakste schakel en zal meer en meer door de belastingoverheid kritisch worden geëvalueerd.

DE ACTIEVE HOLDING/MANAGEMENTVENNOOTSCHAP

De managementvennootschap is in feite een rechtspersoon die als het ware tussen de persoon van de apotheker en de apotheekvennootschap wordt geplaatst.

Daar waar de apotheker op de totaliteit van de netto belastbare opbrengsten van de eenmanszaak-apotheek rechtsreeks in de personenbelasting werd belast, worden deze opbrengsten nu verstrekt aan zijn managementvennootschap.

Naast het passief beheren van de aandelen van de apotheekvennootschap, kan dus ook een managementvennootschap worden ingericht die de actieve uitbating waarneemt van de apotheekvennootschap(pen). Deze managementvennootschap levert dus dezelfde prestaties die voorheen de apotheker in persoonlijke naam verrichtte, namelijk het uitbaten van de apotheek. Aangezien een vennootschap een rechtspersoon is, blijft het natuurlijk steeds een natuurlijke persoon (in dit geval de apotheker) die als bestuurder (de term zaakvoeder bestaat niet meer) van de managementvennootschap deze taken waarneemt. Hij krijgt daarvoor (meestal) een bezoldiging van zijn eigen managementvennootschap.

Het is uitzonderlijk dat de eigen middelen van de opgerichte holding volstaan om de overeengekomen prijs voor de aankoop van de aandelen van een apotheekvennootschap effectief te betalen. In de meeste gevallen wordt een financiële instelling gevraagd om het grootste gedeelte van de overname te financieren.

Om de maandelijkse aflossingslast (mensualiteit: kapitaal + intrest) aan de bank te kunnen betalen heeft de holding inkomsten nodig. De enige bron is dan meestal de onderliggende apotheek waarvan ze de aandelen heeft verworven.

Daarom wordt meestal de holding gecombineerd met activiteiten van management/beheer/uitbating van de apotheekvennootschap. Het bezit en beheer van de aandelen van de apotheekvennootschap wordt dus binnen dezelfde vennootschap gecombineerd met het uitbaten van de apotheek. Zo wordt de vennootschap niet alleen passieve holding maar eveneens actieve managementvennootschap, of samen de zogenaamde holding/managementvennootschap.

De activiteit zelf is dus tweeërlei:

  1. Houden en beheren van de aandelen van de apotheekvennootschap;
  2. Uitbaten van een apotheek.

De apotheker die zijn voorheen persoonlijke werkzaamheden nu verricht via zijn managementvennootschap zal daar nu meestal een loon (bezoldiging) uit ontvangen.

Daarom zijn de belangrijkste behoeften van de holding/managementvennootschap steeds:

  1. De aflossingen van kapitaal en intresten aan de bank inzake de financiering van de aankoop van de apotheekaandelen, meestal gedurende 12 jaar;
  2. De bezoldiging van de bedrijfsleider/apotheker en de andere vergoedingen zoals bedrijfswagen, eventueel groepsverzekering en andere mogelijke vergoedingen;
  3. De eerder beperkte administratieve kosten van de holding/managementvennootschap zelf.

Deze financiële behoeften kunnen meestal slechts gedekt worden door de effectief beschikbare vrije cashflow van de apotheekvennootschap die als volgt kan toekomen aan de holding/managementvennootschap:

  1. Door het betalen van een managementvergoeding;
  2. Door het betaalbaar stellen van een dividend;
  3. Door de toekenning van een bestuurdersvergoeding of een tantième;
  4. Door leningen van de apotheek aan de holding (pas op voor de zogenaamde “thin cap-regeling” inzake eventuele beperking van de intrestaftrek).

Binnen dit kader wordt niet verder ingegaan op de mogelijkheden van punt 2, 3 en 4. Toch even kort samengevat: De apotheek kan steeds in de mate dat zij winst maakt of beschikbare reserves heeft uit het verleden een dividend ter beschikking stellen van de aandeelhouder, in casu dus de holding/managementvennootschap. Tevens kan zij een deel van haar jaarlijks resultaat ook als tantième toekennen als bijkomende vergoeding aan de holding/bestuurder van de apotheekvennootschap, eventueel bovenop de managementvergoeding. Via leningen kunnen ook gelden uit de apotheekvennootschap beschikbaar komen in de holding. Het moet dus in alle gevallen wel gaan over effectief vrij beschikbare geldmiddelen.

Zoals gezien zijn de financiële behoeften van de holding/managementvennootschap voornamelijk ingegeven door de terugbetalingen van de financiering van de bank voor de aankoop van de aandelen van de apotheekvennootschap en de bezoldiging van de manager/bedrijfsleider.

Dit wil zeggen dat de behoeften voor een groot deel afhankelijk zijn van de mate van externe financiering (banken) voor de overname van de aandelen van een apotheek. Het is evident dat iemand met veel eigen middelen (spaartegoeden, erfenis, handgift…) minder financiert dan iemand met een meer beperkte eigen inbreng zelfs al is misschien de over te nemen apotheek even groot.

Aldus zou de bemiddelde overnemer en zijn holding minder managementvergoeding “nodig” hebben dan degene met beperkte middelen, zelfs al is de bezoldiging in beide gevallen identiek.

Teveel wordt vastgesteld dat op een te willekeurige wijze geldmiddelen van de ene vennootschap naar de andere worden getransfereerd onder de benaming “managementvergoeding” of nog algemener “vergoeding voor geleverde prestaties”.

Artikel 49 WIB92 stelt de voorwaarden om als beroepskost aftrekbaar te zijn :

  1. De kosten moeten noodzakelijk met het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid verband houden;
  2. ze moeten tijdens het belastbare tijdperk gedaan of gedragen zijn;
  3. ze moeten gedaan of gedragen zijn om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden;
  4. ze moeten door de belastingplichtige verantwoord zijn wat de echtheid en het bedrag ervan betreft.

Op het eerste gezicht blijkt er misschien geen probleem, ware het niet dat de belastingoverheid meer en meer de echtheid en het bedrag van de kost niet aanvaardt, met als mogelijk gevolg dat de managementvergoeding als kost/uitgave wordt geweigerd in hoofde van de apotheekvennootschap die ze boekt en betaalt, zelfs al werd dezelfde vergoeding belast als omzet in de holding/managementvennootschap die ze heeft ontvangen.

Het is immers aan de apotheekvennootschap zelf om overeenkomstig artikel 49 WIB92 aan te tonen welke, hoeveel en aan welk tarief de prestaties geleverd werden. Zij heeft met andere woorden de bewijslast.

Bovendien bestaat een ander wetsartikel over de ‘abnormale of goedgunstige’ voordelen (art. 26 WIB 92). Dit artikel handelt over oneigenlijke winstverschuivingen tussen vennootschappen. De toepassing van dit artikel doet zich voor wanneer de holding/managementvennootschap een excessieve vergoeding zou aanrekenen aan de apotheekvennootschap. De fiscus beschouwd de excessieve vergoeding als “verleende abnormale of goedgunstige voordelen” die in principe moeten worden toegevoegd aan de winst van de (apotheek)vennootschap die de voordelen toestaat tenzij de voordelen in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijger, in dit geval de holding/managementvennootschap.

FOD-Financiën zal op basis van haar arsenaal aan artikelen (art.49 WIB92, art. 26 WIB92, art. 79 WIB92, enz.), niet aarzelen om de kost van de managementvergoeding in hoofde van de apotheek te weigeren, maar toch diezelfde vergoeding belast te laten als geboekte omzet in hoofde van de holding/managementvennootschap.

Het zal dus belangrijk zijn om zonder uitzondering, zeker bij een nieuwe overname met een holdingconstructie, de vuistregels die verder worden opgesomd te respecteren.

Ook de bestaande groepsstructuren dienen, voor zover dit nog niet gebeurd is, aan een juridische-fiscale review te worden onderworpen.

Wanneer blijkt dat de constructie louter wordt opgezet om fiscale voordelen te bekomen, of het nu een management-, éénpersoons- of patrimoniumvennootschap of holding betreft, zal de belastingoverheid de constructie willen aftoetsen op haar werkelijkheid, volledigheid, juridische integriteit, facturatievoorwaarden, reeds bestaande andere overeenkomsten, simulatie, overdreven bedragen t.o.v. van de markt, handtekeningsbevoegheden, enzovoort.

De fiscus mag tenslotte op basis van artikel 53, 10° WIB92 de kosten weigeren die hij “onredelijk” vindt of “de beroepsbehoeften overtreffen”. Hou daar rekening mee en overdrijf niet. Rechtsleer en rechtspraak beperken en relativeren echter wel de al te stringente toepassing ervan door de overheid.

DE DIENSTENOVEREENKOMST

De dienstenovereenkomst bepaalt de afspraken tussen de apotheekvennootschap en de managementvennootschap (voorheen de apotheker zelf, nu dus via zijn vennootschap).

Binnen het kader van deze overeenkomst wordt het (meestal forfaitair bepaald) bedrag van de maandelijkse facturatie door de holding/managementvennootschap aan de apotheek vastgelegd.

Er moet over gewaakt worden dat deze recurrente vergoedingen werkelijke prestaties dekken en ook aansluiten bij de gebruiken van de sector, in dit geval deze van apotheken. Zoals ook al vermeld zal daarentegen een aangetoond excedent misschien aanzien worden als abnormaal voordeel met dure fiscale gevolgen (dubbele taxatie). De destijds berekende haalbaarheid van de overname komt dan misschien in het gedrang.

Bij de redactie van een goede dienstenovereenkomst tussen de holding/managementvennootschap en de apotheekvennootschap waarvan zij meestal ook de aandeelhouder is, houdt U rekening met minimaal de volgende voorwaarden:

  1. geen verhullen van schijnzelfstandigheid maar daadwerkelijke ontegensprekelijke onafhankelijke verhoudingen tussen partijen;
  2. duidelijke omschrijving, niet te beperkend, van de aard en de omvang van de afgesproken prestaties;
  3. duidelijke en welomschreven regelmatige, tijdige facturatie zonder teveel algemene bewoordingen zoals “voor geleverde prestaties van de voorbije maand”. Verwijs op de factuur naar de bestaande dienstenovereenkomst;
  4. achterliggende bewijsvoering actualiseren bijhouden zoals agenda’s, briefwisseling allerhande, mailverkeer, werkrooster, bijzondere activiteiten, verslagen, extra prestaties voor bijvoorbeeld wachten, vervangingen, …;
  5. pas uw doel van de vennootschappen steeds aan in functie van de daadwerkelijke activiteiten van de vennootschap;
  6. aangepaste factuurbedragen, liefst getoetst aan de apotheeksector. Beduidende afwijkingen verantwoorden;
  7. geen dubbel mandaat door bijvoorbeeld zowel de holding/managementvennootschap én tegelijkertijd de apotheker als bestuurder te benoemen in de onderliggende apotheek of omgekeerd;
  8. inventarisatie van de andere dan louter fiscale argumenten die het bestaan van de apotheekvennootschap-holding/managementvennootschap verantwoorden zoals voortgezette activiteit na de pensioenleeftijd, verschillende partners met verschillende profielen, aangepaste aanvullende pensioenregelingen, apart loonbeleid, aansprakelijkheidsoverwegingen, financiële haalbaarheid, samenwerkingsinitiatieven en zoveel meer niet-fiscale argumenten;
  9. goede afspraken en waakzaamheid over de handtekeningbevoegdheden inzake het beleid, de vertegenwoordiging, de onderhandelingen met de stakeholders;
  10. centralisatie van bepaalde kosten in hoofde van de holding/managementvennootschap zoals administratiekosten, erelonen derden;
  11. regelmatige afrekeningen en toetsing van de geleverde prestaties en de gefactureerde bedragen. Eventueel al dan niet tijdelijke aanpassing van de facturatie.

De intenties van FOD-Financiën om in het algemeen de “constructies” aan een kritisch onderzoek te onderwerpen, samen met de vaststelling dat het binnen de sector van de apotheken, in de meeste gevallen over toch wel grotere bedragen gaat, zou een stevige aanzet moeten zijn om de bestaande overeenkomsten in het algemeen en de nieuwe overeenkomsten in het bijzonder, aan een preventief onderzoek te onderwerpen.

Het gestaag aanwenden van meer subjectieve begrippen zoals “veinzing”, “oneigenlijk gebruik”, “overtreffen van beroepsbehoeften”, “antimisbruikmaatregelen” in het fiscaal wetboek geven de Schatkist veel meer veel mogelijkheden om de vermeend oneigenlijke constructies aan te pakken.

De fiscaal-juridische deugdelijkheid van uw overnamedossier zal de toets van de controle wel degelijk kunnen weerstaan, aangezien de niet-louter-fiscale doelstellingen aantoonbaar en realistisch zijn en u de juridische gevolgen van uw eigen opzet, perfect naleeft.

Ook ten overstaan van Rechtbanken en Hoven zal U, mits het naleven van de voorwaarden een sterk dossier hebben. Er is belangrijke, ook recente rechtspraak en rechtsleer, die de absolute noodzaak van een doordacht en aan de realiteit getoetst dossier bevestigt.

Accountancy KAVA kan U ook in deze materie volledig ten dienste staan. Neem daarom bij verdere vragen gerust contact op.

Het accountancy Kava-team!

Willy

Willy

Accountant-belastingconsulent

Heb je nog vragen hierover? Neem dan zeker contact op met onze klantbeheerders. Let's talk!

Maak gerust een afspraak

Schrijf je ook in voor onze nieuwsbrief.

Op regelmatige tijdstippen publiceert Accountancy Kava een korte nieuwsbrief met actualiteiten, algemene interessante weetjes voor de apotheker of de medische- en paramedische beroepen in het algemeen.

Even geduld aub...

Oeps!

Er ging iets mis bij het verzenden. Probeer je even opnieuw?

Welkom!

Binnenkort krijg je onze nieuwsbrief in je bus.