Elektronisch betalen vanaf 1 juli 2022


Elektronisch betalen vanaf 1 juli 2022

Inhoud

Over wat gaat het precies?

Voor wie geldt deze regel?

Waarom de verplichting van de mogelijkheid tot elektronisch betalen?.

Hoe zit het dan met cashbetalingen?

Samengevat

Over wat gaat het precies?

Vanaf 1 juli 2022 moeten alle ondernemingen die met consumenten te maken hebben zoals bepaald in Boek VI Wetboek van economisch recht (WER), minstens één oplossing aanbieden waarmee die consumenten hun aankopen van goederen of diensten elektronisch kunnen betalen.

Op uitzonderingen na hebben al onze apothekers natuurlijk al langer een elektronisch betaalsysteem. Toch blijkt, dat bepaalde vrije beroepen (bv. medici en paramedici die meestal inkomsten verwerven bij particulieren nog geen oplossing aanbieden voor elektronisch betaalverkeer.

Deze verplichting is hoe dan ook een aanvulling op de mogelijkheid van cashbetaling die integraal blijft bestaan. Iedere onderneming kiest natuurlijk de meest geschikte methode of technologie. Noteer dat de kosten verbonden aan deze verplichting tot elektronisch betalen niet mogen doorgerekend worden aan de consument.

Daartoe zijn alle technische oplossingen mogelijk die momenteel op de markt beschikbaar zijn waaronder: betalen met de kaart en betalen met de smartphone, smartwatch… online betalen in een webshop en betalen via overschrijving of betalen via domiciliëring

Voor meer informatie dienaangaande consulteer de website van Febelfin (vertegenwoordiger van 245 financiële instellingen).

Voor de volledigheid, specifieke betalingen zoals met ecocheques, geschenkcheques, maaltijdcheques en dergelijke meer, zelfs in digitale vorm, of betalingen in virtuele munten worden niet als elektronisch betaalmiddel aangemerkt.

Voor wie geldt deze regel?

De wetgever heeft het ondernemingsrecht hervormd. In dat kader werden verschillende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van vennootschappen1 en het Wetboek van economisch recht (WER) aangepast door de wet van 15 april 2018, waaronder de definitie van het woord “onderneming”.

Die wet is opgenomen in boek I van het Wetboek van economisch recht en trad op 1 november 2018 in werking.

Deze formulering impliceert dat sinds de inwerkingtreding van voornoemde wet de volgende vier categorieën ondernemingen zijn:

  1. Elke natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, als hoofdberoep of als bijberoep.
    1. Bijvoorbeeld een natuurlijke persoonlijk die als handelaar, ambachtsman, beoefenaar van een vrij of intellectueel beroep (zoals een arts, advocaat, architect) of een bestuurder van een vennootschap werkt.
  2. Belangrijk hierbij is dat activiteiten in het kader van de deeleconomie ook onder het begrip “onderneming” vallen indien er een inkomen en als dusdanig een beroepsactiviteit uit voortvloeit.
  3. Niet elke activiteit die door een natuurlijke persoon wordt uitgeoefend valt onder het begrip “onderneming”: bijvoorbeeld het feit dat een natuurlijke persoon inschrijft op aandelen of effecten in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, of deze verwerft of bezit, wordt verondersteld deel uit te maken van het normale beheer van zijn persoonlijk vermogen.
  4. Elke rechtspersoon, met uitzondering van de publiekrechtelijke rechtspersonen die geen goederen of diensten op de markt aanbieden.
  5. Privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals verenigingen (vzw’s en ivzw’s) en stichtingen, zelfs als ze geen economisch doel of economische activiteit nastreven. Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid die ten minste tot doel hebben een direct of indirect vermogensvoordeel aan hun leden uit te keren of te verstrekken, alsook verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die een dergelijk voordeel uitkeren of verstrekken aan personen die een beslissende invloed hebben op het beleid van de organisatie.

De wet op de hervorming van het ondernemingsrecht heeft dus een modernere opvatting van het begrip “onderneming” in het Belgische recht geïntroduceerd. De begrippen “handelaar” of “koopman” werden dus afgeschaft.

Kort samengevat betekent dit alles dat het niet alleen gaat om ondernemingen in de gebruikelijke zin van het woord, ongeacht hun grootte, maar ook om vrije beroepen en alle personen, overheden, verenigingen … die op permanente basis economische activiteiten uitvoeren gericht op consumenten (dus bij wijze van voorbeeld, het beheer van een zwembad, een bibliotheek of een cultureel centrum, verhuur van een openbare school van haar lokalen aan particulieren maar dus niet als de activiteiten geen economisch doel nastreven, bijvoorbeeld vergoeding afgifte ID-kaart door een gemeente, verstrekking van openbaar onderwijs zelf, enzovoort).

Waarom de verplichting van de mogelijkheid tot elektronisch betalen?

De overheid wenst de strijd verder aan te binden tegen belastingfraude (Actieplan minister Vincent Van Peteghem).

De consumenten maken meer en meer gebruik van het elektronisch betalen van hun aankopen aangezien dit in het algemeen handiger is.

Ook de veiligheid speelt natuurlijk een rol. Diefstal en vals geld krijgen minder kans.

Elektronisch betalingsverkeer maakt de administratieve verwerking gemakkelijker en transparanter.

Hoe zit het dan met de cashbetalingen?

Ondanks de plannen van minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne om de weigering van cashbetalingen te beboeten (nu geldt immers een gedoogbeleid) bergt de regering deze plannen op. Zo blijft u vrij om zowel de cash- als de elektronische betalingen van al uw patiënten te aanvaarden.

Samengevat

Indien er een duurzame regelmatige activiteit op de markt bestaat en het dus geen eenmalige handeling betreft en het gaat over een economische activiteit ten overstaan van consumenten dan dient u buiten de cash betalingsmogelijkheid, ook minstens één elektronisch betaalmiddel te voorzien vanaf 1 juli 2022.

U kiest zelf natuurlijk het soort elektronisch betaalmiddel.

De apotheek is teveel het mikpunt van diefstal en overval. Minder cash zal daaraan kunnen verhelpen.

Noteer dat de investeringen in een nieuw elektronisch betaalsysteem tot einde 2022 voor 125% van de aanschaffingsprijs aftrekbaar zijn ingevolge een tijdelijk verhoogde investeringsaftrek. Zie hiervoor onze bijdrage in AFT nr. 8 van november 2020 of op deze link naar onze website.

Mocht u nog bijkomende informatie wensen, neem gerust contact op met Accountancy Kava!

Het Accountancy Kava-team

Willy

Willy

Accountant-belastingconsulent

Heb je nog vragen hierover? Neem dan zeker contact op met onze klantbeheerders. Let's talk!

Maak gerust een afspraak

Schrijf je ook in voor onze nieuwsbrief.

Op regelmatige tijdstippen publiceert Accountancy Kava een korte nieuwsbrief met actualiteiten, algemene interessante weetjes voor de apotheker of de medische- en paramedische beroepen in het algemeen.

Even geduld aub...

Oeps!

Er ging iets mis bij het verzenden. Probeer je even opnieuw?

Welkom!

Binnenkort krijg je onze nieuwsbrief in je bus.