Op 30 december 2025 verscheen de nieuwe verzamelwet met diverse fiscale bepalingen in het Belgisch Staatsblad. De wet bundelt een uitgebreid pakket fiscale veranderingen die – voor het grootste deel – ingaan vanaf aanslagjaar 2026. In dit artikel halen we kort de maatregelen aan die voor jou als apotheker het meest relevant zijn. Zit je nog met vragen of wil je graag meer weten over wat dat voor jou persoonlijk betekent, neem dan zeker contact op met je dossierbeheerder.
Op het vlak van de personenbelasting
Schrapping federale vastgoedvoordelen
Vanaf aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) verdwijnen verschillende federale voordelen in vastgoedfiscaliteit.
Tot nu toe kon je in de personenbelasting interesten die je betaalde interesten voor leningen aangegaan voor onroerende goederen andere dan je eigen woning (bijvoorbeeld een opbrengsteneigendom of tweede verblijf) aftrekken van je belastbare inkomsten uit vastgoed (onroerende inkomsten). Dat kan vanaf aanslagjaar 2026 niet meer, ook niet voor lopende leningen.
Leningen die vóór aanslagjaar 2026 (d.w.z. afgesloten vóór 2025) al liepen en dus onder het regime van het federaal langetermijnsparen vallen, behouden in principe het recht op de lopende fiscale voordelen voor de kapitaalaflossingen.
Oude regelingen verdwijnen volledig, zoals de federale woonbonus, bouwsparen, extra interestaftrekken, belastingvoordeel voor groene leningen.
Verhoging plafond flexi-jobs
Niet-gepensioneerde flexi-jobbers kunnen vanaf inkomstenjaar 2025 tot €18.000 fiscaal vrijgesteld bijverdienen (vroeger €12.000). Dit grensbedrag wordt voortaan ook jaarlijks geïndexeerd. Voor gepensioneerden blijft de vrijstelling onbeperkt.
Onderhoudsuitkeringen: geleidelijke afbouw aftrek
Betaalt of ontvangt u onderhoudsuitkeringen (alimentatie)? Dan wijzigt het fiscale regime.
| Jaar (inkomsten) | Aftrekbaar en belastbaar percentage |
|---|---|
| Tot en met 2024 | 80% |
| 2025 | 70% |
| 2026 | 60% |
| 2027 | 50% |
Bestaansmiddelen van personen ten laste: nieuwe regels
Vanaf aanslagjaar 2026 gelden nieuwe regels om iemand fiscaal ten laste te nemen:
Er is één uniform grensbedrag: personen ten laste mogen maximaal €12.000 netto verdienen om ten laste te blijven – ongeacht je gezinssamenstelling. Specifiek voor kinderen worden bij die berekening een eerste schijf van €6.840 aan inkomsten uit een studentenjob niet meegerekend.
Ter verduidelijking: het netto belastbaar inkomen is uw inkomen na aftrek van beroepskosten — de basis waarop uw belasting wordt berekend.
Maar let op: betaal je een gezinslid een loon in je eenmanszaak? Dan kan die persoon niet langer bij jou ten laste zijn, ongeacht het bedrag van het betaalde loon.
Leefloon: wie een leefloon ontvangt, kan niet meer fiscaal ten laste zijn.
Studiebeurzen: een beurs telt voortaan mee als bestaansmiddel wanneer er sociale rechten mee worden opgebouwd. Concreet: een doctoraatsbeurs telt nu wél mee, waardoor jouw kind sneller de grens overschrijdt.
Vereenvoudiging belastingaangifte: enkele zaken zullen verdwijnen of verminderen
De wetgever ruimt op: tal van fiscale voordelen verdwijnen vanaf aanslagjaar 2026. Minder vakjes in de aangifte, maar ook minder aftrekmogelijkheden. Hieronder een overzicht per categorie:
Personeel en tewerkstelling
| Wat verdwijnt? | Wat was dit? |
| Vrijstelling aanwerving KMO-personeel | Extra vrijstelling bij aanwerving van bijkomend personeel |
| Stagebonus | 40% vrijstelling op loon van stagiairs |
| Sociaal passief eenheidsstatuut | Vrijstelling om ontslagkosten op te vangen na afschaffing proefperiode |
| PC-privéplan | Vrijgestelde tussenkomst in aankoop computer voor werknemers |
Mobiliteit en voertuigen:
| Wat verdwijnt? | Wat was dit? |
| Meerwaarden bedrijfsvoertuigen | Vrijstelling bij verkoop bedrijfswagen met winst (vanaf 31/08/2025) |
| Aankoop elektrisch voertuig | Belastingvermindering voor aankoop elektrische wagen |
| Installatie laadpaal | Belastingvermindering voor plaatsing thuislaadstation |
| Kostenforfait verre verplaatsingen | Extra forfait bij lange woon-werkafstand |
Privé-uitgaven:
| Wat wijzigt? | Toelichting |
| Giften | Vermindering daalt van 45% naar 30% |
| Rechtsbijstandsverzekering | Belastingvermindering verdwijnt volledig |
| Adoptiekosten | Belastingvermindering verdwijnt volledig |
| Huisbediende | Belastingvermindering verdwijnt volledig |
Beleggingen
| Wat verdwijnt? | Wat was dit? |
| Minderwaarden private privak | Vermindering bij verlies op privaat beleggingsfonds |
| Aandelen microfinancieringsfondsen | Vermindering voor investering in ontwikkelingsfondsen |
Belastingkrediet eigen middelen: verdubbeld
Baat je jouw apotheek uit als eenmanszaak? Goed nieuws: het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen wordt vanaf aanslagjaar 2026 verdubbeld – van 10% naar 20%, met een maximum van €7.500 (voorheen €3.750).
Dit krediet beloont zelfstandigen die investeren met eigen middelen in plaats van te lenen. Het krediet bedraagt een percentage van de aangroei van jouw eigen middelen. Dit wil zeggen: het verschil tussen jouw beroepsactiva (materiaal, inrichting…) en jouw langlopende schulden, vergeleken met de vorige jaren.
Let op: dit voordeel geldt enkel voor eenmanszaken, niet voor apothekers met een vennootschap.
Personen- en vennootschapsbelasting
Aanpassingen autofiscaliteit: plug-in hybrides
Nieuwe definitie “valse hybride”
Plug-in hybrides worden sinds 1 januari 2025 getest volgens de strengere Euro 6e-bis norm, die hogere CO₂-waarden oplevert. Om te vermijden dat deze wagens onterecht als “valse hybride” worden bestempeld (met een hoger belastbaar voordeel als gevolg), wordt de CO₂-grens opgetrokken van 50 naar 75 g/km.
Deze aanpassing geldt zowel in de personen- als vennootschapsbelasting.
Nieuw aftrekschema vanaf 2026
Voor oplaadbare hybride-voertuigen gekocht/geleased/gehuurd van 01.07.2023 t.e.m. 31.12.2025 blijven beroepskosten (m.u.v. benzine/diesel) 75% aftrekbaar, evenals voor voertuigen uit 2026 en 2027, maar deze dalen daarna.
| Kostensoort | Aftrek |
| Autokosten (excl. brandstof) | 75% (2023-2027), daarna dalend |
| Elektriciteit | 100% → geleidelijk dalend |
| Brandstof (benzine/diesel) | Max. 50% → afbouw naar 0% vanaf AJ 2029 |
Vanaf 01.01.2026 zijn brandstofkosten voor álle voertuigen niet meer aftrekbaar.
Let op: het nieuwe aftrekschema geldt enkel in de personenbelasting (eenmanszaak), niet in de vennootschapsbelasting.
Aanpassingen investeringsaftrek
Investeringsaftrek is een fiscaal voordeel waarbij je een percentage van jouw investering (bv. inrichting, materiaal, software) mag aftrekken van jouw belastbare winst. Hoe hoger het percentage, hoe minder belastingen.
In het verleden moest je het saldo binnen een beperkte termijn gebruiken, waardoor je soms niet het volledige bedrag kon benutten door onvoldoende winst. Die beperking verdwijnt: je kan het onbeperkt in de tijd overdragen.
Verhoging maaltijdcheques
Vanaf 1 januari 2026 mag je als werkgever meer bijdragen in de maaltijdcheques van het personeel:
| Voorheen | Vanaf 2026 | |
| Max. waarde cheque (incl.bijdrage werknemer) | €8,00 | €10,00 |
| Max. werkgeverstussenkomst | €6,91 | €8,91 |
| Aftrekbaar als beroepskost | €2,00 | €4,00 |
Let op: de verhoogde aftrek van €4 geldt enkel als je effectief het maximum van €8,91 bijdraagt. De minimale werknemersbijdrage blijft op €1,09 per cheque.
De verhoging van maaltijdcheques is een uitzondering op de loonnormwet. Dit betekent dat je de werkgeverstussenkomst met maximaal €2 mag verhogen in 2026. Heb je nu nog geen cheques voor je personeel of cheques met een waarde van €7 of lager, dan kan je dus niet in 2026 zomaar verhogen tot €10 (maar enkel tot €9 als de waarde voorheen €7 was of €8 als de waarde voorheen €6 was).
Ook voor bedrijfsleiders
Werk je via een vennootschap? Ook zelfstandige bedrijfsleiders kunnen maaltijdcheques ontvangen, mits de toekenning gekoppeld is aan die van werknemers (als die er zijn), het aantal cheques overeenstemt met effectief gewerkte dagen, en dit schriftelijk is vastgelegd.
Indexering fiscale bedragen: bevroren tot 2030
Normaal worden fiscale bedragen (vrijstellingen, belastingverminderingen…) jaarlijks aangepast aan de levensduurte. Tussen 2026 en 2030 zal er geen bijkomende indexering zijn; het geïndexeerde bedrag van aanslagjaar 2025 blijft behouden.
Uitzonderingen:
- Pensioensparen: De indexering bevriest pas vanaf aanslagjaar 2027; de bedragen van aanslagjaar 2026 blijven gelden tot en met 2030
- Woon-werkvergoeding: Wordt eenmalig niet geïndexeerd voor aanslagjaar 2026 en niet ingehaald.
- Belastingkrediet kinderen ten laste: Permanent bevroren op €550 per kind
Vanaf aanslagjaar 2031 worden de bedragen opnieuw geïndexeerd, zonder inhalen van de bevriezing. De “verloren” indexering wordt dus niet gecompenseerd.
Vennootschapsbelasting
DBI-aftrek op groepsbijdragen
Tot nu toe mocht de DBI-aftrek niet worden toegepast op groepsbijdragen die een vennootschap ontving van een verbonden entiteit. Dit leidde tot een conflict met Europees recht. Vanaf aanslagjaar 2026 wordt dit rechtgezet: de DBI-aftrek is voortaan wél mogelijk op deze interne groepsbijdragen. Dit biedt meer flexibiliteit bij interne verliescompensatie.
Beleggingen in DBI-beveks: strengere regels
Belegt jouw vennootschap in DBI-beveks of vergelijkbare beleggingsvennootschappen? Dan gelden vanaf aanslagjaar 2026 twee nieuwe maatregelen:
Afzonderlijke aanslag van 5%: Meerwaarden op aandelen van DBI-beveks die voorheen vrijgesteld waren, worden nu belast aan 5%. Let wel: Bij een inkoop door het fonds zelf (wanneer de bevek jouw aandelen terugkoopt) wordt het verschil tussen de inkoopprijs en jouw aanschaffingswaarde fiscaal doorgaans behandeld als een dividend (roerend inkomen), niet als een meerwaarde en blijft die situatie dus buiten de heffing.
Roerende voorheffing beperkt verrekenbaar: Ingehouden RV op dividenden kan niet meer worden verrekend als je DBI-aftrek toepaste én niet voldoet aan de minimumbezoldigingsvoorwaarde om van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te genieten.
Procedure
Bewaartermijn: van 10 naar 7 jaar
Je moet jouw boeken en bescheiden (facturen, bonnetjes, bankuittreksels…) voortaan 7 jaar bewaren in plaats van 10 jaar. Dit is een terugkeer naar de vroegere regeling.
Aanslag- en controletermijnen
De fiscus kon bij “complexe aangiften” (bv. met buitenlandse inkomsten of juridische constructies) tot 10 jaar teruggaan om belastingen te vestigen. Die verlengde termijnen verdwijnen opnieuw. De fiscus kan in normale gevallen maximaal 4 jaar teruggaan. Bij fraude blijft de termijn 7 jaar.
CAP-uitbreiding
De fiscus krijgt toegang tot het CAP (Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank) voor de controle van de effectentaks en cryptorekeningen. Cryptorekeningen moeten daarom voortaan worden aangemeld. Er wordt een wettelijke basis gelegd voor datamining op de CAP – zodat de fiscus proactief risicodossiers kan opsporen in plaats van enkel te reageren op vermoedens van fraude. De concrete invulling hiervan moet nog worden uitgewerkt na kritiek van de privacywaakhond.
