Blog

De nieuwe Belgische meerwaardebelasting: wat je als apotheker of zorgverlener moet weten

De nieuwe Belgische meerwaardebelasting: wat je als apotheker of zorgverlener moet weten

Sinds 1 januari 2026 betaal je als natuurlijke persoon belasting op meerwaarden die je realiseert bij de verkoop van aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, crypto-activa en andere financiële activa.

Tot eind 2025 bleef zo’n meerwaarde in de meeste gevallen belastingvrij, op voorwaarde dat het ging om het normale beheer van je privévermogen. Die vrijstelling verdwijnt nu. Toch blijft het begrip “normaal beheer” even belangrijk als vroeger. Het bepaalt voortaan niet langer óf je belast wordt, maar wél volgens welk regime en tegen welk tarief.

Om dat te begrijpen, is het belangrijk om te weten dat de fiscus drie verschillende niveaus onderscheidt.

Niet elke meerwaarde wordt op dezelfde manier belast

1. Beroepswerkzaamheid

Eerst onderzoekt de fiscus of de verrichtingen een beroepsmatig karakter hebben. Dat is het geval wanneer de transacties voldoende talrijk zijn en met elkaar samenhangen zodat ze een gewone en voortgezette activiteit vormen.

In dat geval wordt de gerealiseerde meerwaarde belast als beroepsinkomen. De belasting gebeurt dan volgens de progressieve tarieven van de personenbelasting, die inclusief gemeentebelasting kunnen oplopen tot meer dan 50%.

Dit regime heeft altijd voorrang op de andere regimes.

2. Speculatie of abnormaal beheer

Is er geen sprake van een beroepswerkzaamheid, dan onderzoekt men of de verrichting het normale beheer van je privévermogen overstijgt.

Wanneer de fiscus de verrichting als speculatief of abnormaal beschouwt, blijft het reeds bestaande regime van toepassing. De meerwaarde wordt dan belast tegen 33%, zonder enige vrijstelling.

3. Normaal beheer van het privévermogen

Pas wanneer de meerwaarde geen beroepsinkomen vormt én binnen het normale beheer van je privévermogen blijft, komt de nieuwe meerwaardebelasting in beeld.

Dan geldt één van de nieuwe regimes die verder in dit artikel worden toegelicht: het algemene stelsel, het regime voor aanmerkelijke belangen of het regime voor interne meerwaarden.

Belangrijk om te beseffen is dat enkel dit derde niveau nieuw is. De belasting op beroepsinkomsten en speculatieve verrichtingen bestond ook vóór 2026 al en blijft ongewijzigd bestaan.

Wie denkt dat vóór 2026 enkel “abnormale” meerwaarden belast werden, vergeet vaak dat ook beroepsinkomsten en speculatieve meerwaarden toen reeds belastbaar waren. De echte vernieuwing bestaat erin dat voortaan ook meerwaarden binnen het normale beheer van je privévermogen belast kunnen worden, zij het tegen aanzienlijk gunstigere tarieven.

Enkel een verkoop kan aanleiding geven tot belasting

De belasting speelt uitsluitend wanneer je een financieel actief verkoopt.

Ontvang je aandelen of andere activa via een schenking, een erfenis of een verdeling naar aanleiding van een overlijden, echtscheiding of scheiding voor zover de toebedeling binnen een periode van drie jaar gebeurt, dan ontstaat er op dat moment geen belasting.

Dat betekent echter geen definitieve vrijstelling. Het gaat eerder om een uitstel van belasting. Wanneer je het actief later zelf verkoopt, wordt niet gekeken naar de waarde op het moment waarop je het verkreeg, maar naar de oorspronkelijke historische aanschaffingsprijs.

Met andere woorden: je “erft” ook de fiscale positie van de persoon van wie je het actief hebt gekregen.

Daarnaast blijft elke meerwaarde die vóór 1 januari 2026 werd opgebouwd definitief belastingvrij. Enkel de waardestijging vanaf die datum kan aanleiding geven tot belasting.

Welke financiële activa vallen onder de regeling?

De nieuwe regeling viseert vier categorieën van activa.

Financiële instrumenten

Hieronder vallen onder meer:

  • aandelen;
  • obligaties;
  • ETF’s;
  • derivatencontracten;
  • emissierechten;
  • certificaten, zoals STAK-certificaten.

Crypto-activa

Onder andere:

  • utility tokens;
  • e-money tokens;
  • activagerelateerde tokens.

Bepaalde verzekeringsproducten

Deze categorie omvat onder meer:

  • spaarverzekeringen tak 21 en tak 26;
  • beleggingsverzekeringen tak 23 en tak 44.

Valuta

Hieronder vallen onder andere:

  • cash;
  • digitale centralebankmunten;
  • beleggingsgoud.

Niet alles wordt geviseerd. Kunstwerken, verzamelobjecten, wijnverzamelingen, postduiven of Pokémonkaarten vallen buiten het toepassingsgebied van deze belasting.

Ook groepsverzekeringen, pensioenspaarproducten en IPT-contracten behouden hun eigen fiscale regeling en worden niet door deze hervorming geraakt.

Voor wie geldt de meerwaardebelasting?

De regeling geldt voor particuliere belastingplichtigen en voor bepaalde vzw’s en stichtingen.

Erkende goede-doelenorganisaties zijn uitgesloten.

Vennootschappen vallen niet onder deze belasting. Voor hen blijven de regels van de vennootschapsbelasting gelden. De meerwaardebelasting speelt dus uitsluitend binnen de personenbelasting en rechtspersonenbelasting.

Bij een gesplitste eigendom tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar wordt de blote eigenaar beschouwd als belastingplichtige.

Wat als je aandelen in een maatschap zitten?

Veel families gebruiken een maatschap in het kader van vermogens- of praktijkplanning.

Het onderbrengen van aandelen in een maatschap leidt op zich niet tot een onmiddellijke belastingheffing. Ook het opstarten of beëindigen van een maatschap blijft fiscaal neutraal.

De oorspronkelijke aanschaffingswaarde van de aandelen blijft echter behouden. Wanneer de maatschap de aandelen later verkoopt, wordt de belastbare meerwaarde nog steeds berekend op basis van de historische aankoopprijs en niet op basis van de waarde op het moment waarop de aandelen in de maatschap werden ingebracht.

De maatschap is dus vooral een instrument om controle, beheer en familiale opvolging te organiseren. Ze wijzigt niets aan de fiscale behandeling van een latere verkoop.

Verhuis je naar het buitenland?

Ook dan ontsnap je niet automatisch aan de nieuwe belasting.

Bij emigratie doet de fiscus alsof je je volledige beleggingsportefeuille verkoopt op het moment van vertrek. Dit principe staat bekend als de “exit tax”.

Hoewel er in werkelijkheid geen verkoop plaatsvindt, wordt de meerwaarde wel geacht gerealiseerd te zijn.

Afhankelijk van het land waarnaar je verhuist, kan een automatisch of aan te vragen uitstel van betaling worden verkregen voor een periode van twee jaar.

Verkoop je gedurende die twee jaar niets en blijf je in het buitenland wonen, dan vervalt de belastingschuld volledig.

Hoe wordt de meerwaarde berekend?

De basisberekening is eenvoudig:

Meerwaarde = verkoopwaarde – aankoopwaarde

Kosten en taksen die verband houden met de aan- of verkoop mag je niet in mindering brengen.

Maak je verlies bij een verkoop, dan spreekt men van een minderwaarde. Onder bepaalde voorwaarden kun je dergelijke minderwaarden compenseren met gerealiseerde meerwaarden binnen hetzelfde jaar.

Daarbij gelden wel twee belangrijke beperkingen:

  • minderwaarden zijn enkel verrekenbaar binnen dezelfde categorie van activa;
  • minderwaarden kunnen enkel worden verrekend binnen hetzelfde aanslagjaar.

Een verlies op crypto-activa kan dus niet gebruikt worden om een winst op aandelen te neutraliseren.

Het ‘fotomoment’ van 31 december 2025

Een cruciaal onderdeel van de nieuwe regeling is het zogenaamde fotomoment op 31 december 2025.

De bedoeling van de wetgever is duidelijk: meerwaarden die vóór 2026 werden opgebouwd, mogen niet alsnog belast worden. Daarom wordt op die datum de waarde van je activa vastgelegd.

Bij een latere verkoop wordt enkel rekening gehouden met de waardestijging die ontstaat vanaf 1 januari 2026.

Beursgenoteerde beleggingen

Voor beursgenoteerde effecten is de referentiewaarde eenvoudig te bepalen.

De waarde op het fotomoment is de slotkoers van 31 december 2025.

Niet-beursgenoteerde aandelen

Voor aandelen van bijvoorbeeld een apotheekvennootschap, praktijkvennootschap of patrimoniumvennootschap bepaalt de wet dat de hoogste van de volgende drie waardes geldt:

1. Een markt- of kapitaaltransactie in 2025

Werd in de loop van 2025 een transactie uitgevoerd met onafhankelijke derden, een oprichting of een kapitaalverhoging doorgevoerd, dan kan de daarbij gehanteerde waarde als referentie dienen.

2. Een contractuele waarderingsformule

Bestaat er een verkoopoptie, aandeelhoudersovereenkomst of andere contractuele regeling met een waarderingsformule die nog geldig was op 1 januari 2026, dan kan de daaruit voortvloeiende waarde worden gebruikt.

3. De forfaitaire waarderingsmethode

Wanneer geen van bovenstaande situaties van toepassing is, wordt teruggevallen op de wettelijke formule:

eigen vermogen + 4 × EBITDA van het laatste boekjaar vóór 2026

Dit is de methode die de administratie spontaan zal toepassen en die in de praktijk vermoedelijk het vaakst zal voorkomen.

Extra aandacht voor vastgoedvennootschappen en uitzonderlijke situaties

De forfaitaire EBITDA-methode levert voor een klassieke onderneming vaak een redelijke benadering van de economische waarde op.

Bij vastgoedvennootschappen kan dat anders liggen.

De werkelijke waarde bevindt zich daar vaak voornamelijk in de gebouwen, terwijl de huurinkomsten slechts beperkt zichtbaar maken hoeveel die gebouwen werkelijk waard zijn. Bovendien staan veel panden op de balans aan een sterk afgeschreven boekwaarde die aanzienlijk lager ligt dan hun actuele marktwaarde.

Daardoor kan de wettelijke waarderingsmethode een referentiewaarde opleveren die lager ligt dan de economische realiteit.

Ook vennootschappen die in 2025 tijdelijk minder winstgevend waren door uitzonderlijke omstandigheden, zoals ziekte of andere eenmalige gebeurtenissen, kunnen geconfronteerd worden met een vertekende waardering.

Waarom is dat belangrijk?

Een lage waardering op 31 december 2025 lijkt vandaag misschien onschuldig, maar kan later een nadeel worden. De waarde die u nu vastlegt, ligt in principe vast en kan na een bepaalde datum niet meer worden aangepast.

Hoe lager de vastgelegde waarde op het fotomoment, hoe groter de potentiële belastbare meerwaarde die ontstaat wanneer je de aandelen later verkoopt.

Het verschil tussen die lage referentiewaarde en de uiteindelijke verkoopprijs kan dan alsnog in de personenbelasting terechtkomen.

Blijft de meerwaarde binnen de vrijstelling, dan valt dit risico grotendeels weg. Hoe hoger de meerwaarde die je verwacht, hoe belangrijker het is om vandaag al een correcte waardering vast te leggen.

Met andere woorden: een te lage waardering vandaag kan jaren later resulteren in een hogere belastingfactuur.Mogelijke oplossing: een externe waardering

Tot uiterlijk 31 december 2027 kun je een onafhankelijke bedrijfsrevisor of accountant vragen om een alternatieve waardering op te stellen.

Het moet daarbij gaan om een onafhankelijke deskundige en dus niet om je vaste boekhouder.

Deze waardering kan vervolgens gebruikt worden in plaats van de forfaitaire EBITDA-methode.

De fiscus behoudt wel het recht om de waardering achteraf te controleren, maar enkel in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld wanneer er aanwijzingen zijn dat de toegepaste waarde niet marktconform is.

Wie deze deadline mist, kan zich later niet meer op deze afwijkende waarderingsmethode beroepen en valt terug op één van de wettelijke waarderingsregels.

Wat als je vroeger meer betaald hebt?

Voor verkopen die plaatsvinden tot en met 31 december 2030 krijg je nog een bijkomende mogelijkheid.

Wanneer je kunt aantonen dat je historische aankoopprijs hoger lag dan de referentiewaarde van het fotomoment, mag je die hogere historische aankoopprijs gebruiken.

Bij een minderwaarde geldt deze uitzondering niet. In dat geval wordt steeds uitgegaan van de waarde op het fotomoment en nooit van een hogere oorspronkelijke aankoopprijs.

Drie regimes, drie tarieven

Wanneer de meerwaarde wordt gerealiseerd binnen het normale beheer van je privévermogen, betekent dit niet automatisch dat altijd hetzelfde tarief geldt.

Er bestaan drie mogelijke regimes. Welk regime uiteindelijk van toepassing is, hangt af van twee elementen:

  • de omvang van je participatie;
  • de identiteit van de koper.

1. Het algemene stelsel

Dit regime geldt voor participaties van minder dan 20%.

De meerwaarde wordt belast tegen 10%.

Daarnaast is er een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon.

Wordt deze vrijstelling niet volledig benut, dan kan het ongebruikte gedeelte gedurende maximaal vijf jaar verder aangroeien met telkens 1.000 euro per jaar tot een maximum van 15.000 euro.

Typisch voorbeeld: je persoonlijke beleggingsportefeuille met aandelen, obligaties of fondsen.

2. Het regime van het aanmerkelijk belang

Dit regime geldt wanneer je minstens 20% van de aandelen bezit.

De aard van de vennootschap speelt daarbij geen rol. Het regime geldt dus even goed voor werkvennootschappen, managementvennootschappen als patrimoniumvennootschappen.

De eerste 1 miljoen euro meerwaarde is vrijgesteld. Die vrijstelling geldt over een periode van vijf jaar.

Op het gedeelte daarboven gelden progressieve tarieven:

  • 1,25% tussen 1 miljoen en 2,5 miljoen euro;
  • 2,5% tussen 2,5 miljoen en 5 miljoen euro;
  • 5% tussen 5 miljoen en 10 miljoen euro;
  • 10% boven 10 miljoen euro.

Wordt het aanmerkelijk belang verkocht aan een koper buiten de Europese Economische Ruimte (EER), dan geldt een tarief van 16,5% op het gedeelte boven de vrijgestelde schijf.

Typisch voorbeeld: de verkoop van de aandelen van je eigen apotheek- of praktijkvennootschap bij pensionering of overdracht aan een opvolger, zonder tussenliggende holdingstructuur.

3. Interne meerwaarden

Van een interne meerwaarde is sprake wanneer je aandelen verkoopt aan een vennootschap waarover je zelf, alleen of samen met naaste familieleden, rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent.

In dat geval geldt een tarief van 33%, zonder vrijstelling.

Typisch voorbeeld: je verkoopt aandelen aan een holdingvennootschap die je zelf controleert, alleen of samen met je familie.

Bij familiale overdrachten van ouders naar kinderen kunnen bepaalde transacties onder voorwaarden buiten dit regime vallen wanneer de kinderen zelf de controle over de betrokken (holding)vennootschap hebben.

De 20%-drempel wordt individueel beoordeeld

De beoordeling gebeurt strikt per persoon.

Bezitten jij en je partner elk 50% van de aandelen van een apotheekvennootschap, dan voldoen jullie beiden afzonderlijk aan de voorwaarde van 20% en kunnen jullie elk het gunstregime genieten.

Bezitten jij en je partner daarentegen elk 10%, dan bezit geen van beiden individueel 20% en valt de meerwaarde onder het algemene regime van 10%.

Wanneer meerdere vennoten of familieleden elk minstens 20% bezitten, kan de vrijstelling van 1 miljoen euro dus meermaals worden toegepast.

Overname of stopzetting van je praktijk: wat betekent de meerwaardebelasting?

Verkoop via een managementvennootschap

Wanneer een managementvennootschap de aandelen van een apotheek- of praktijkvennootschap verkoopt aan een onafhankelijke derde, blijft de impact van de nieuwe meerwaardebelasting doorgaans beperkt.

De meerwaarde wordt gerealiseerd binnen de vennootschap en valt daardoor onder de vennootschapsbelasting.

Dankzij de DBI-aftrek blijft die meerwaarde in veel gevallen grotendeels vrijgesteld.

Met de opbrengst kan vervolgens een liquidatiereserve worden aangelegd die later tegen een gunstig tarief wordt uitgekeerd, bijvoorbeeld bij vereffening van de managementvennootschap.

De nieuwe meerwaardebelasting speelt hier dus in principe niet.

Stopzetting van een eenmanszaak

Bij een eenmanszaak worden geen aandelen verkocht.

Het bestaande regime van de stopzettingsmeerwaarden blijft daarom ongewijzigd van toepassing.

De hervorming verandert hier niets aan.

Verkoop van privé gehouden aandelen

Dit is de situatie waarbij je rechtstreeks eigenaar bent van de aandelen van je werkvennootschap, zonder managementvennootschap.

Bij een verkoop, verkoop je zelf de aandelen als natuurlijke persoon.

In die situatie kan de nieuwe meerwaardebelasting wel degelijk van toepassing zijn.

Bronheffing: opt-in of opt-out

Voor meerwaarden die onder het algemene stelsel vallen en verbonden zijn aan een effectenrekening, zal je Belgische bank of broker in principe automatisch 10% roerende voorheffing inhouden.

Voor interne meerwaarden, crypto-activa, valuta en aanmerkelijke belangen geldt dit niet. Die moet je zelf aangeven.

Opt-in

  • automatische inhouding door de bank;
  • geen aangifteplicht voor die meerwaarden;
  • behoud van anonimiteit.

Werd te veel voorheffing ingehouden, dan kun je die via je belastingaangifte terugvragen.

Opt-out

  • geen voorafgaande inhouding;
  • zelf aangeven in de belastingaangifte;
  • de bank meldt je gegevens aan de fiscus.

De deadline om een keuze te maken voor 2026 liep af op 31 augustus 2026.

Wie geen keuze doorgaf, valt automatisch onder het opt-in-systeem.

De keuze blijft jaarlijks herroepbaar. Voor 2027 kun je dus nog van systeem veranderen.

Conclusie: de belangrijkste aandachtspunten

  • De nieuwe meerwaardebelasting is technisch en complex, maar vormt voor de meeste belastingplichtigen geen reden tot paniek. Dankzij de verschillende vrijstellingen en gunstige regimes blijft de praktische impact vaak beperkter dan op het eerste gezicht lijkt.
  • Een meerwaarde betekent niet automatisch dat je 10% belasting betaalt. Minderwaarden kunnen soms worden verrekend, vrijstellingen kunnen van toepassing zijn en bij een aanmerkelijk belang liggen de effectieve tarieven vaak lager.
  • Voor activa die je al vóór 1 januari 2026 bezat, is de waardering op 31 december 2025 van bijzonder groot belang. Vooral bij vastgoedvennootschappen en vennootschappen met een atypisch zwak boekjaar 2025 kan een externe waardering aangewezen zijn.
  • Bewaar alle documenten die je historische aanschaffingswaarde kunnen bewijzen. Die informatie kan in de toekomst bepalend zijn voor de correcte berekening van de belastbare meerwaarde, zeker gezien de bijkomende bewijsmogelijkheid die loopt tot en met 31 december 2030.